Wie zijn wij?
Organisatie en informatie

Organisatie
De ambulancedienst heeft ongeveer 200 mensen in dienst waarvan 180 ambulancezorgverleners en 20 ondersteunende medewerkers.

De Algemeen Manager van de ambulancedienst is de heer P. Haasbeek.

Samen met het Managementteam bestaande uit het  Hoofd Operationele Dienst de heer Jan de Waard en het Hoofd Bedrijfsvoering de heer P. Engelen, geeft hij de dagelijkse leiding aan de RAD.
Het managementteam wordt ondersteund door twee vaste adviseurs: de heer J. de Nooij (Medisch Manager Ambulancezorg) en de heer J. van Rhijn (Senior Beleidsfunctionaris).

De medische eindverantwoordelijkheid voor de ambulancezorg ligt bij de Medisch Manager Ambulancezorg, de heer J. de Nooij, arts MG. Hij is tevens medisch eindverantwoordelijke voor de meldkamer ambulancezorg die onderdeel uitmaakt van de Gemeenschappelijke Meldkamer Hollands-Midden

Eindverantwoordelijk is de directeur van de RDOG Hollands-Midden, de heer J.J.M. de Gouw die in ambtenaarrechtelijk opzicht tevens het bevoegd gezag vertegenwoordigt namens de 26 samenwerkende gemeenten in de regio Hollands-Midden.

De ambulancezorg wordt verleend vanuit de volgende locaties: (klik op de naam voor een foto van de standplaats)
Het ambulanceteam
Een ambulance wordt bemand door één verpleegkundige en één chauffeur.

De ambulanceverpleegkundige is een volgens de Wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG) geregistreerde verpleegkundige die daarnaast een uitgebreide, aanvullende opleiding tot ambulanceverpleegkundige heeft gevolgd bij de Stichting Opleidingen Scholing Ambulancehulpverlening (SOSA).

Oók de ambulancechauffeur heeft een uitgebreide aanvullende opleiding bij de SOSA gevolgd en daarnaast tevens aanvullende rij-opleidingen, waaronder het vrachtwagenrijbewijs.

Verpleegkundige én chauffeur vormen één team dat gezamenlijk zorgt voor de (acute) hulp aan slachtoffers en patiënten. Zij doen dat met gebruikmaking van het Landelijk Protocol Ambulancezorg (LPA) waarin is vastgelegd hoe te handelen bij welk medisch probleem.

De ambulanceverpleegkundige mag zelfstandig medische handelingen verrichten die normaliter zijn voorbehouden aan artsen; dit is apart vastgelegd in een Algemene Maatregel van Bestuur behorende bij de Wet BIG.

Deze zogenaamde voorbehouden handelingen zijn:
  • het toedienen van medicijnen door injectie in een ader
  • het inbrengen van een beademingspijp in de luchtpijp (intuberen)
  • het ontlasten van een klaplong door inbrengen van een naald in die long
  • het maken van een opening in de luchtpijp als de mond/keelholte niet doorgankelijk is (coniotomie)
  • het toedienen van electrische schokken om het hart weer normaal te laten kloppen (defibrilleren)
  • Voorbehouden voor deze regio is verder de toepassing en de bediening van de LUCAS, een mechanisch hulpmiddel voor het geven van hartmassage.
Een groot aantal ambulanceverpleekundigen en ambulance chauffeurs is daarnaast gecertificeerd in de zogenaamde  Pre-Hospital Trauma Life Support (PHTLS) , Advanced Trauma Life Support (ATLS®), Advanced Cardiacvasculair Life Support (ACLS) en Pediatric Advanced Life Support (PALS). Oók is een aantal van hen gecertificeerd instructeur in één of meer van deze specialismen.

Ambulanceverpleegkundigen en ambulancechauffeurs volgen een verplicht na- en bijscholingsprogramma om hun kennis en vaardigheden op pijl te houden.

Zij werken onder eindverantwoordelijkheid van de Medisch Manager Ambulancezorg (een arts) die op zijn beurt wordt gecontroleerd door de Inspectie Gezondheidszorg.

Het bedrijfsbureau
De RAD heeft een bedrijfsbureau waarbinnen een aantal ondersteuners werkzaam zijn.
  • de Senior Beleidsmedewerker: de heer J. van Rhijn
  • de Regionale Opleidingscoördinator: mevrouw A. Vogelaar
  • de Regionale Kwaliteitscoördinator : de heer H. van Dragt
  • de centrale roosteraar: de heer A. Stormbroek
  • de preventiemedewerker: mevrouw D. van Leeuwen
  • Door de afdelingen FAZ en PO&C van de RDOG wordt invulling gegeven aan de administratieve functies en het personeelsbeleid.